zweeds

rad
waar-
merken
een
zekere
bloem
prik-
limonade
Eur. taal
deel v.e.
gebouw
deel v.e.
schoen
aarzeling
bij het
spreken
vervoer-
middel
wereld-
deel
loofboom
boord
dieren-
geluid
bouw-
materiaal
deurkruk
gewas
schaaldier
hoofdstad
van
Oekraïne
geldzakje
voormalig
school-
type
optisch
hulp-
middel
kikvors
slag
gietvorm
persoon-
lijk vnw.
mevrouw
groente
ik (Lat.)
landbouw-
werktuig
heide-
meer
bijwoord
van plaats
stevig